De codes van het lager onderwijs zijn niet van toepassing voor de leerplichtige kleuters met geboortejaar 2015.

We verwijzen u hiervoor naar de omzendbrief “Afwezigheden van het basisonderwijs”. Vanuit verificatie worden geen attesten opgevraagd voor deze leerlingen, de school kan hier autonoom in beslissen.

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13281#3

3. Afwezigheden van leerplichtige 5-jarigen in het kleuteronderwijs

3.1. Een leerplicht van 290 halve dagen aanwezigheid voor de 5-jarigen in het kleuteronderwijs

Vanaf 1 september 2020 is elke 5-jarige in het kleuteronderwijs leerplichtig. Voor de invulling van de leerplicht van de 5-jarigen in het kleuteronderwijs heeft de Vlaamse overheid gekozen voor 290 halve dagen (minimale) aanwezigheid per schooljaar.

Opgelet: 5-jarigen die reeds in het lager onderwijs zitten zijn voltijds leer plichtig (zie punt 4).

Een doorsnee schooljaar telt 320 à 330 halve lesdagen. Door voor de 5-jarigen in het kleuteronderwijs een leerplicht van 290 halve dagen in te voeren (in plaats van élke halve dag), behouden de ouders van deze jonge kinderen een aan tal halve dagen waarvoor ze zelf kunnen beslissen om hun jong kind niet naar school te laten gaan.

Niettemin is het van belang om ouders er steeds op te wijzen dat elke halve dag aanwezigheid in het kleuteronderwijs belangrijk is voor hun kind. Het is uiteraard niet de bedoeling om ouders te ‘stimuleren’ om op het aantal halve dagen bovenop de verplichte 290 halve dagen hun kind niét naar school te laten gaan.

3.2. Aanvaardbare afwezigheden (code P)

Voor de 5-jarigen bekijken we de leerplicht vanuit de verplichte 290 halve dagen aanwezigheid . Toch moet er ook voor hen een regeling zijn m.b.t. hun afwezigheden. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat 5-jarigen die buiten de wil van hun ouders geen 290 halve dagen op school aanwezig (kunnen) zijn, bijvoorbeeld door ziekte, in de problemen komen met de leerplichtwetgeving.

De regelgeving op de afwezigheden voor de leerplichtige 5-jarigen streeft naar een minimale belasting van ouders en scholen met afwezigheidsattesten en afwezigheidscodes. Wat van belang is , is dat er tussen ouders en school goed gecommuniceerd wordt over de reden van afwezigheid. Op basis van deze communicatie kan de directie (of de persoon aan wie de directie deze bevoegdheid gedelegeerd heeft) beslissen of een afwezigheid van een 5-jarige als aanvaardbaar beschouwd kan worden. Een afwezigheid die de directie als aanvaardbaar beschouwt, wordt geregistreerd met de code P.

Het feit dat de directie kan beslissen om, na communicatie met de ouders, afwezigheden van een leerplichtige 5-jarige als aanvaardbaar te beschouwen, laat toe om in te spelen op zeer specifieke situaties waarin leerlingen zich kunnen bevinden. Het laat toe dat een 5-jarige kleuter die daar echt nood aan heeft tijdens de schooluren nog naar het revalidatiecentrum kan (de begrenzingen inzake revalidatie die gelden voor 6- en 7-jarige kleuters of leerlingen lager onderwijs gelden niet voor de 5-jarige kleuters, de directie beslist), het laat toe dat een 5-jarig kind met rondtrekkende ouders nog niet op internaat moet, …

De regelgeving geeft dus vertrouwen aan de directie, die het kind en de ouders kent en daarom het best geplaatst is om in te schatten of een 5-jarige leerplichtige kleuter om een aanvaardbare reden (ziekte, revalidatie, familiale omstandigheid, …) afwezig is. D e regelgeving op gewettigde afwezigheden voor leerlingen in het lager onderwijs en voor 6- en 7-jarige kleuters (zie punt 4 hierna) kan daarbij voor de directie inspirerend zijn.

Opgelet! Het is steeds aan de directie om te oordelen welke afwezigheden van een 5-jarige kleuter in het kleuteronderwijs als aanvaardbaar beschouwd worden. Een ouder kan dit dus niet afdwingen.

Een afwezigheid die volgens de directie aanvaardbaar is, wordt meegeteld in functie van de te bereiken 290 halve dagen aanwezigheid voor de leerplicht, alsook voor het statuut van regelmatige leerling.

Voor de toelatingsvoorwaarde tot het gewoon lager onderwijs telt enkel daadwerkelijke aanwezigheid (dus niet de door de directie als aanvaardbaar beschouwde afwezigheden). Bij deze toelatingsvoorwaarde voor kinderen die onvoldoende aanwezig waren, speelt immers de klassenraad een rol.

Bron:

Heidi Pollefeyt

Verificateur scholen basisonderwijs

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

AFDELINGBASISONDERWIJS, DKO en CLB  –  SCHOLEN EN LEERLINGEN

Koning Albert II-laan 15  –  bureau 4A18

1210 Brussel

M 0491 62 93 85

heidi.pollefeyt@ond.vlaanderen.be

www.agodi.be

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Vlaanderen is onderwijs & vorming - 4