24 april 2020

Beste lezer,

Sinds enige tijd ben ik directeur van twee centra voor ambulante revalidatie. We staan in voor de,
multidisciplinaire begeleiding van kinderen waarbij de ontwikkeling niet vanzelfsprekend is. Denk
maar aan kinderen met autismespectrumstoornissen, met ADHD, met gehoorstoornissen… Ons doel
is om hen zo maximaal mogelijk te ondersteunen zodat hun stoornis geen beperking hoeft te zijn en
ze zo optimaal mogelijk kunnen deelnemen aan onze maatschappij.


Met deze brief wil ik neerschrijven hoe ongelooflijk fier, trots en dankbaar ik ben en zeggen hoe
onnoemelijk veel respect ik heb voor wat mijn therapeuten en onze zorggebruikers momenteel doen.
U moet weten dat een therapeut opgeleid is en ervaring opbouwde om met mensen te werken,
samen, in één ruimte. Van onze overheid moet dit zelfs. “Face-à-face”, zo wordt dit bij ons genoemd.
Veel duidelijker kan het niet zijn. Elke therapeut beschikt wel over een computer maar die staat
ergens in de hoek van het lokaal. Die dient voor hetgeen ze meestal het minst graag doen, hun
administratie.


Sinds enkele weken is deze computer ineens hun werkinstrument geworden. Het middel waarmee ze
in contact blijven met onze zorggebruikers en waarmee ze moeten blijven inzetten om die
ontwikkeling aan de juiste snelheid en in de juiste richting te sturen.
‘Moeten’ schrijf ik. Dat is wat dubbel. Het is moeten maar ook willen. Moeten omdat de overheid ons
als een essentiële dienst ziet en verwacht dat wij verder blijven werken. Ik zie dit graag als een
compliment voor het werk dat we doen. Maar daar doen ze het niet voor, ze wíllen het ook. Ze zien
het als hun verantwoordelijkheid om te blijven “zorgen” voor onze zorggebruikers, ook in deze
periode.


En dus hebben ze de eerste weken na de quarantaine maatregelen net als iedereen even moeten
spartelen om niet te verdrinken. Zo goed en zo kwaad als het ging, moest er plots van thuis uit
gewerkt worden, waar soms eigen kinderen rondliepen die ook hun schooltaken kregen. Waar alle
grenzen van werk en privé ineens verdwenen en zo de meest ervaren therapeut danig uit evenwicht
werd gebracht dat soms voor de hand liggende oplossingen niet meer gezien werden. Gelukkig komt
op zo’n moment de kracht van een team bovendrijven, waar naast zorg voor anderen ook de
zelfzorg voor het team bestaat. Therapeuten die niet uit balans waren, of sneller terug in balans,
hielpen hun collega’s die even de pedalen helemaal kwijt waren. Allemaal gingen ze met de telefoon
en via mails aan de slag om onze zorggebruikers ondersteuning te geven. Door concrete oefeningen
op te sturen of te tonen waar ze op het wereldwijde web terecht konden voor goed didactisch
materiaal om de tijd thuis zinvol in te vullen de komende weken. De eerste pogingen van online
therapieën werden ondernomen.


Vlak vóór de paasvakantie heb ik de beslissing genomen om een plan B uit te werken omdat we op
dat moment geen idee hadden hoelang de maatregelen van kracht gingen blijven. In dat plan B
bleven de quarantaine maatregelen van kracht en zouden we overschakelen naar een “digitaal
uurrooster”. Voor heel de corona shizzle had elke zorggebruiker zijn vaste momenten waar hij of zij
op therapie kwam. Dit is gemiddeld 2 tot 3 uur per week. Het doel was nu om minstens de helft van
dit aanbod via online therapie aan te bieden op vaste momenten. Ik was me er van bewust dat ik
hiermee de lat erg hoog legde en dat er op dat moment nog veel vraagtekens waren. De weerstand
bij sommigen was dan ook groot en terecht. Maar iedereen kroop door de curve van weerstand en
zette zich achter zijn computer. De week voor de paasvakantie werden deze uurroosters samen met
de ouders van onze zorggebruikers in elkaar gepuzzeld en tijdens de paasvakantie leerden mijn
therapeuten zoveel mogelijk tips en tricks van online therapie. Ook de therapeut die eind volgende
maand na een carrière van meer dan 30 jaar op pensioen gaat. We kregen ondertussen de
bevestiging dat ons plan B in werking zou treden.


Maandag 20 april was een spannende dag. Ik was vooral nieuwsgierig maar met het volste
vertrouwen in mijn therapeuten. Beetje bij beetje kwamen de berichten binnen, dat het bij de
meesten gelukt was, dat kinderen enthousiast en ouders erkentelijk waren, dat wat ze hadden
voorbereid ook effectief hadden kunnen doen, dat sommige kinderen hun aangenaam verrast
hadden, dat het bij momenten erg grappig was, …


Ze zijn nu aan het einde van hun eerste volledig “digitale” werkweek. Ondanks de vermoeidheid van
hoofd en lichaam is de voldoening groot en zijn er al vele mooie momenten geweest. Van het gelaat
van een kindje met autisme dat plots opklaarde toen hij het beginliedje van zijn therapie herkende,
van de slechthorende peuter van 15 maanden die samen met mama de oefeningen zo goed deed,
van het kind met ADHD dat er toch in slaagde even voor het scherm te blijven zitten en een gesprekje
te hebben met zijn therapeut. Maar anderzijds ook de vaststelling dat dit niet voor iedereen een
haalbaar alternatief is voor therapie. Daar kunnen ze nu, in eer en geweten, zeggen dat ze het
geprobeerd hebben en zullen ze weer op zoek gaan naar andere manieren.


Ik schreef in het begin ook al over mijn grote dankbaarheid en respect voor onze zorggebruikers. En
hiermee bedoel ik niet alleen de kinderen waar plots de verschillende contexten van thuis, school en
therapie door elkaar lopen. Waar er niet altijd de taal is om dit allemaal te begrijpen. Waar
structuren en zekerheden plotsklaps verdwenen. Ik bedoel absoluut ook hun ouders die naast alles
wat wij al doen als ouder: eigen werk combineren met peuters, kleuters of schoolgaande kinderen
thuis, het daarbij behorende schoolwerk en het huishouden. Deze ouders zoeken, maken, vinden
ook nog eens de tijd om onze online therapie te kunnen laten doorgaan voor hun kind.


Hoe groot kan je waardering voor hen zijn?
Groot genoeg naar mijn gevoel om er deze brief voor te schrijven!


Charlotte Joossens
Directeur vzw Zeplin
CAR Lovenjoel – CAR Woluwe