Onlangs verscheen een rapport van de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg m.b.t. de wachttijden in de Vlaamse Geestelijke Gezondheidszorg. Het rapport geeft de resultaten weer van een brede bevraging van zorgvragers (16 jaar of ouder) die de afgelopen twee jaar hulp zochten voor zichzelf of voor hun kind tussen 0 en 18 jaar. Er werd gepeild naar de wachttijden per gekregen hulpvorm, de invulling en de beleving van de wachtperiode. Aan deze bevraging deden ook zorgvragers mee van de CAR.

Eén van de conclusies in het rapport is dat zorgvragers lang op hulp wachten. De wachttijden lopen ook in onze CAR hoog op en ze hebben een groot effect op kinderen, hun gezin en hun omgeving.

Het rapport stelt dat:

de nood het hoogst is bij kinderen en jongeren. Dit geldt in het bijzonder voor diensten voor kinderen met een (vermoeden van) een ontwikkelingsstoornis (bv. autisme, ADHD,…) zoals het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen, Centrum voor Ambulante Revalidatie en Thuisbegeleiding rondom Autisme, maar eveneens voor diensten die niet specifiek gericht zijn op kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis, zoals de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, mobiele teams en psychiatrische ziekenhuizen.”

Daarnaast lezen we volgende aanbeveling in het onderzoek: “Uitbreiding van de capaciteit voor diensten voor kinderen, in het bijzonder voor kinderen met (vermoeden van) ontwikkelingsstoornis. De wachttijden van de diensten voor deze doelgroep schieten overal bovenuit, met veel aanmeldingsstops en wachttijden van jaren.”

U kan hieronder het rapport downloaden.